Andeweg bv
[Klik voor een vergroting]

Iepenziekte

De iepen in ons land worden bedreigd door de iepenziekte. Wanneer een boom besmet is, dan gaat deze er vrijwel zeker aan dood. De ziekte wordt overgebracht door een kevertje, die van de twijgen en bladeren eet. Alleen door zieke bomen direct na het zichtbaar worden van de aantasting te verwijderen en het hout op verantwoorde wijze onschadelijke te maken, is verspreiding van de ziekte tegen te gaan.
Voor nadere inlichtingen kunt u contact opnemen met Andeweg-bv.

Waarom is de iep belangrijk?

In de stad is de iep een ideale boom, omdat hij redelijk goed tegen luchtverontreiniging kan en weinig eisen stelt aan de grond. De iep herstelt zich zonder al te veel problemen van verwondingen als gevolg van bijvoorbeeld snoei, aanrijding, vandalisme en graafwerk.
Door selectief kweken werden vari?teiten verkregen, die voor vele standplaatsen een geschikte groeivorm hebben. Menig stadscentrum ontleent zijn schoonheid aan fraaie iepen langs straten en grachten. In Amsterdam alleen al staan ongeveer 50.000 iepen als straatboom.
Ook in het landschap is de iep een gewaardeerde verschijning. In de vijf kustprovincies komt u hem veel tegen rond boerderijen, langs polderwegen, rijkswegen, spoorbanen, op dijken, begraafplaatsen, campings en op stadswallen. Naast het feit dat de iep snel tot een fraaie boom uitgroeit, vervult hij hier de belangrijke functie van windkering. De iep is goed bestand tegen de zoute zeewind.
Al met al is de iep een boom die we niet graag zouden willen missen.

Hoe herkent u de iepenziekte?

Midden in de zomer is het blad, normaal gesproken, fris en groen. Een zieke iep vertoont te vroeg herfstkleuren. Het blad verkleurt naar geel tot bruin en valt af. Dit begint met één tak en kan zich in enkele weken tijd verspreiden over de hele kroon. Kenmerkend zijn de zogenaamde vaantjes: kale takken met nog één of twee verdorde blaadjes aan de uiteinden. Met een scherp mes kunt u een deel van een aangetaste tak afsnijden. In geval van iepenziekte ziet u op het snijvlak donkerbruine tot zwarte stippen in de buitenste jaarringen, die tot een ring aaneengesloten kunnen zijn. Snijdt u de tak in de lengte door dan toont de verkleuring zich als donkerbruine strepen.